De Werkgroep Kanker & Arbeid organiseerde op 23 november 2016 in Kasteel Vanenburg in Putten een Ronde Tafel Conferentie waarin drie thema’s centraal stonden: de invloed van de patiënt op het proces van re-integratie, het doorbreken van het taboe rond kanker en de maatregelen die getroffen kunnen worden om de problematiek voor zowel de werknemers-patiënten als de werkgever op te lossen.

De conferentie was toegankelijk voor genodigden.

Waarom een Ronde Tafel Conferentie over: aan het werk met kanker?

Werk en kanker staan op gespannen voet met elkaar

Werknemers die de diagnose kanker hebben zijn vrijwel altijd tijdelijk (sterk) verminderd of niet in staat, hoewel ze het wel zouden willen, om te werken.  Als dat wel mogelijk is, kunnen er in de tijd grote verschillen zijn in de ziekteverschijnselen en de (neven)effecten van de behandeling. Het is voor die patiënten meestal onmogelijk om hun inzet voor hun werkgever daarop ad-hoc af te stemmen.

Werkgevers worstelen vaak in verschillende opzichten met het gegeven dat een werknemer kanker heeft. Kanker heeft een taboekarakter en ze vinden het erg moeilijk om over zo’n precair onderwerp met medewerkers te spreken. In kleinere organisaties ontbreekt het aan de daartoe benodigde professionele know-how en levert ook het daartoe benodigde tijdsbeslag een probleem op. De werkgevers zijn wel degelijk begaan met hun zieke medewerkers maar hebben tevens behoefte aan zo weinig mogelijk onzekerheid en grote voorspelbaarheid van de aard en mate waarin hun medewerkers voor werk beschikbaar zijn. De business gaat immers door.

Kankerpatiënten en werkgevers hebben bovendien beiden te maken met het voor hen knellende keurslijf van de Wet verbetering poortwachter (Wvp).

Gevolgen van knellende keurslijf

Het voorgaande heeft verschillende implicaties, zowel voor de werknemers-patiënten als voor de werkgevers.

De werknemers-patiënten ervaren dat ze belemmerd worden in hun behoefte om te werken wanneer ze dat willen en naar de mate waarin ze daartoe in staat zijn. Dat is een factor die hun gevoel van welzijn en misschien zelfs ook hun behandeling en genezing negatief beïnvloed. Bovendien is de kans groot dat ze werkloos worden omdat hun proces van re-integratie van kankerpatiënten soms nauwelijks binnen de Wvp-termijn van 104 weken feitelijk kan starten en zeker niet kan zijn afgerond.

Werkgevers betalen hun zieke medewerkers loon door terwijl daar geen arbeid tegenover staat, soms zelfs tijdelijk extra krachten moeten worden ingehuurd. Zij lopen het risico zich naar het oordeel van het UWV onvoldoende te hebben ingespannen voor de re-integratie van hun zieke medewerkers hetgeen een verplichting van langere doorbetaling van loon tot gevolg kan hebben. De bedrijfsresultaten staan daardoor onder druk.

Alles tezamen genomen een uitdaging voor patiënt, werkgevers, uitvoerende instanties en de politiek!